|
Handleiding bij Electriciteitsles |
|
Hieronder staan een aantal thema’s die je zou kunnen behandelen in de introductie- of nabesprekingsles. Het interactieve element is erg belangrijk. De leraar stelt een vraag en laat de kinderen reageren. Hopelijk komen de kinderen samen (met wat bijsturing en hulpvragen) tot het juiste antwoord. Niet alle thema’s en vragen hoeven natuurlijk behandeld te worden, het zijn slechts suggesties. Vooral de uitbreidingen richting energie en milieu zijn niet uitgewerkt. Die zijn ook niet belangrijk voor de lijn van het verhaal, maar meer mogelijkheden om misschien aan te haken bij andere lesstof.
Inleiding/introductie De eerste vraag die je zou willen stellen is natuurlijk: Wat is elektriciteit? Jammer genoeg is dit gelijk een erg moeilijke vraag. Het is wel een vraag waar de kinderen echt van gaan denken, dus leuk om later een keer te stellen. Je kunt bijvoorbeeld wel beginnen met de vraag: Waar komt elektriciteit vandaan? Dit vinden kinderen vaak al erg lastig, maar met een beetje aandringen komen ze er wel mee. Hulpvragen kunnen zijn: Waar werkt je mobieltje op? Of: waarom doet een koelkast het? Het komt dan uiteindelijk neer op twee dingen: batterijen en het stopcontact. De derde mogelijkheid is een dynamo, zoals bij fietsverlichting, waarbij je door te trappen zelf elektriciteit opwekt. Maak een lijst op het bord, zoals hieronder staat (oningevuld natuurlijk) en laat de kinderen mogelijkheden noemen.
Batterij Stopcontact Rekenmachine koelkast mobiele telefoon stereotoren Afstandbediening …. ….
Meer vragen De volgende vraag kan zijn: Wat is het verschil tussen de batterij en het stopcontact? Een verschil is bijvoorbeeld dat er véél meer stroom op het stopcontact staat dan op een batterij (stopcontact: 230 Volt, batterij: variërend van 1,5 tot 9 Volt). Zo wordt het duidelijk dat het stopcontact héél gevaarlijk is en batterijen veel minder. Van batterijen kun je maar een klein schokje krijgen en daarom werken we in de les ook met batterijen. (230 Volt noemt men sterkstroom en de batterijen noemt men zwakstroom.) Een ander duidelijk verschil is dat je batterijen makkelijk kunt meenemen en een stopcontact duidelijk niet. Er bestaan 2 verschillende soorten batterijen, namelijk de oplaadbare en de niet-oplaadbare. Hier kun je de economische kant en/of de milieukant van belichten. Volgende vraag: Waar komt de elektriciteit uit het stopcontact vandaan?
Hier kan een verhaal komen over hoogspanningsmasten en de elektriciteitscentrale. Mogelijkheden voor uitbreiding zijn: verschillende manieren van energieopwekking belichten (olie, gas, water, zon, wind, enz.) of met de klas in de stoppenkast gaan kijken.
De vraag: Wat is elektriciteit? Dit is dus erg lastig, maar het antwoord is ongeveer als volgt: stroom heet niet voor niets stroom. Elektriciteit werkt alleen als er iets kan stromen. En dat iets moet ook nog energie leveren, want om te kunnen branden heeft een lampje energie nodig. Wat stroomt er dan? Dat zijn elektronen. De hele wereld is opgebouwd uit atomen. Men noemt atomen de bouwstenen van de materie, maar atomen bestaan zelf weer uit protonen, neutronen en elektronen. Dit zijn piepkleine deeltjes, die je ook met een hele goede microscoop niet kunt zien. Elektronen kunnen zich door materialen heen bewegen en soms ook ‘overstappen’ naar andere materialen. Dit werkt alleen in metalen. Vandaar ook dat elektriciteitsdraden altijd van koper of ijzer zijn en omkleed met plastic voor de veiligheid (in het plastic zitten de elektronen stil en wekken dus geen elektriciteit op). De vraag: Wat is elektriciteit? is hiermee zo ongeveer beantwoord. Elektriciteit is stromende elektronen. En die rondstromende elektronen wekken energie op. Als je een lamp aansteekt, stromen er miljarden elektronen door de draadjes en de lamp.
|