|
Handleiding bij Electriciteitsles |
|
Nabespreking Stroomkring Er moet een kringetje zijn van de plus- naar de minpool van de batterij om de elektriciteit te laten stromen. In een batterij zitten de elektronen bij de minpool en willen wegstromen naar de pluspool. Dit kan alleen als de min en de plus verbonden zijn, met andere woorden als er een stroomkring is! De min direct op de plus aansluiten (met bijvoorbeeld een metaaldraadje) is niet verstandig, want dan maak je kortsluiting en loopt de batterij binnen korte tijd leeg. Als je er echter een lampje in de stroomkring zet gaat deze branden. Er stromen namelijk elektronen doorheen.
Statische elektriciteit Er bestaan eigenlijk twee soorten elektriciteit: elektriciteit die stroomt (elektrische stroom) en elektriciteit die niet stroomt (statische elektriciteit). Bij elektrische stroom wordt energie opgewekt door het stromen van elektronen. Statische elektriciteit ontstaat door wrijving. Als je een ballon tegen een lap wol of je haren aanwrijft worden er elektronen verplaatst van de lap naar de ballon (je haren geven elektronen aan de ballon). Hierdoor ontstaat een elektrische kracht en kan de ballon lichte dingen aantrekken, zoals bijvoorbeeld papiersnippers en een waterstraal (zie de experimenten). Vraag de kinderen bijvoorbeeld of ze wel eens een schokje hebben gehad als ze hun trui aantrekken; of als ze de auto openmaken of de roltrap vastpakken. Dat is statische elektriciteit. Lading heeft zich opgebouwd en die wordt nu dan via jou weggeleid. Dat geeft een schokje en soms zelfs een vonkje. Het is leuk om het proefje met de haren nog een keer te doen voor de klas, met iemand die er erg geschikt haar voor heeft (halflang en geen gel of iets dergelijks).
Tijdens een onweersbui zijn de wolken statisch (elektrisch) geladen ten opzichte van de grond of andere wolken. De bliksem is een ontlading daarvan. Het is te vergelijken met het experiment met de ballon: de wolken zijn hier de ballon en de grond is je haar of een lap wol. De ladingen die worden uitgewisseld tussen de wolk en de grond (de bliksem dus) lijken dus op de ladingen die worden uitgewisseld tussen jou en een deurknop als je een schokje krijgt. Je maakt dus eigenlijk een kleine bliksem.
Spelletjes In het nagesprek zou je de opgedane kennis kunnen gieten in de vorm van een spelletje. Galgje op het bord is altijd heel populair. Neem bijvoorbeeld de termen: batterij, stroomkring, elektriciteitscentrale, elektronen, dynamo, oplaadbare batterij, energie en/of meterkast. Je kunt er ook een kruiswoordraadsel van maken, of een quiz.
Extra: Hoe werkt een batterij?
Een batterij is een spanningsbron. Hij heeft twee polen. Op de batterij staat altijd hoeveel spanning eruit komt, dit is het voltage. Dit geeft aan hoeveel energie hij genereert. Meestal kun je ook wel ontdekken waar de pluspool en de minpool zitten. In een batterij zit een chemische substantie. Er is chemische energie opgeslagen, die wordt omgezet in elektrische energie. Als de elektronen bij de minpool allemaal naar de pluspool zijn gestroomd, is de batterij ‘op’. Als je een batterij oplaadt, worden de elektronen weer teruggebracht van de plus- naar de minpool. De batterij kan dan opnieuw gebruikt worden.
Schrijver: Welmoet Damsma.
|