|
Hoe werkt het?
Als de helikopter valt gaat hij door de lucht. Omdat de helikopter heel licht is, voelt hij de lucht heel sterk. Een beetje zoals wij een harde wind voelen. Op sommige plekken van de helikopter duwt de lucht harder dan op andere plekken. Dat komt door de vorm

De helikopter heeft twee bladen (flappen). Als de helikopter valt duwt de lucht de bladen een heel klein beetje omhoog. Maar omdat de bladen schuin staan, krijgt de helikopter ook een duwtje opzij. Waarom gaat de helikopter dan niet gewoon een beetje schuin of opzij? Dat komt omdat de twee bladen tegenover elkaar staan. Aan de ene kant krijgt de helikopter een duwtje, maar aan de andere kant ook. Alleen aan de andere kant is het duwtje de andere kant op. Daardoor gaat hij ronddraaien! Kijk naar de pijltjes op het plaatje hierboven.
Als je de helikopter laat vallen, kijk dan eens goed welke kant hij opdraait. Draait hij met de klok mee of tegen de klok in? Verwissel nu eens de bladen van kant (zet het blad dat naar voren staat naar achteren, en het blad dat naar achteren staat naar voren). Welke kant draait de helikopter nu op?
Maar het visje dan?
Bij het visje (zie knutsel minikopters) werkt het eigenlijk hetzelfde, alleen is het daar lastiger te zien waar de bladen zitten. Als je het visje precies horizontaal houdt en naar beneden laat vallen, dan zal hij niet gaan draaien. Maar staat hij zelfs maar een heel klein beetje schuin, dan krijgt het papier een duwtje van de lucht. De beide kanten van het visje krijgen een duwtje in verschillende richtingen: de vis gaat ronddraaien! Elk keer als het visje een rondje draait krijgt hij weer een duwtje, zodat hij tot de grond blijft draaien. De andere twee minikoptertjes werken ook zo. Kun je zelf zien waar de lucht duwt als je ze naar beneden laat vallen?
|